Gedicht van de maand

juli


Boom

 

Ik heb mijn handen om jouw schors gelegd

en zacht bevoeld, zoals een blinde tast.

De diepe barsten in jouw bast betast,

het braille dat op stam is ingelegd.

 

Een oud verhaal dat hier geschreven staat,

hiërogliefen uit een verre tijd,

zo zorg'loos ooit de liefdesgod gewijd;

van altijd zomer spreekt dit stil dictaat.

 

Mijn vingertoppen raken haar gebied,

gaan langs haar naam, het half verweerde hart.

Ik maak me van je los, zo vreemd verward,

zoveel nog hier, alleen wij samen niet.

 

 

Atze van Wieren

 

(uit de bundel ‘Bedevaart’, uitg. IJzer, Utrecht)