Gedicht van de maand

oktober


Vederlicht

 

Ik had haar wekenlang verzorgd,

haar oogje schoongemaakt, gebet

met boorwater, de witte pus

met wattenstaafje weggeveegd.

 

In de hangmat, op mijn borst,

streelde ik haar net zo lang

tot het kippenkopje zijwaarts zakte,

haar snaveltje ging trillen.

 

Zij droomde van de tijden

zoals die eens de hare waren:

vrij van pijn; trefzeker torren

pikkend, gekeuvel onder elkaar.

 

Op een ochtend, mijn taak aan haar

verricht, rekte zij opeens haar nek,

het snaveltje wijd open,

haar roze tongetje heen en weer.

 

Zo stierf zij, mij latend haar veder-

lichte lijfje, waarin zij niet meer was.

Tot aan mijn dood weet ik haar in mij:

hoe licht een leven, hoe met een zucht voorbij.

 

 

Atze van Wieren

 



Interview door kleindochter Angela

foto: Ubo Bezuijen

Zaterdag 25 september presenteerde ik in de Lutherse Kerk te Groningen, voor 85 genodigden, mijn nieuwste bundel Aan alles voorbij.

Hier word ik geïnterviewd door mijn 14-jarige kleindochter Angela van Wieren.

Gerrit Breteler, begeleid door Peter van der Zwaag, luisterden de bijeenkomst luisterrijk op.

De bundel is via de boekhandel verkrijgbaar (isbn 978-90-8684-223-3) of via een mailtje naar de uitgever.