Gedicht van de maand

juli


In nood

 

Ik loop langs de vloedlijn, op weg

naar De Hon, altijd verder dan gedacht.

Het olieplatform blikkert boven de branding.

 

Ik mijmer over de jaren die mij resten,

over onze aarde die aan gulzigheid ten onder

gaat, ik kijk naar het braaksel aan mijn voet.

 

Boven mij tegen het blauw de witte tover

van zilvermeeuwen, naast mij razendsnelle pootjes

van strandlopers langs de golven; weten zij veel.

 

Wij weten veel. Vanmorgen las ik dat oceanen

miljarden tonnen uranium in zich bergen,

in supernova’s gebakken, kernenergie voor eeuwen.

 

Opvissen gaat zomaar niet, wij gooien

lokkertjes uit: peptiden, stukjes eiwit

waaraan het spul zich bindt; heelal is hechting.

 

Op De Hon eet ik mijn brood. Lepelaars lebberen,

lamsoor bloeit. Ik vraag mij af hoe lang nog.

Energie alom rondom, en toch in nood.

   

Atze van Wieren