Gedicht van de maand

april


Prijs de Poëzie

 

De vroegere Turing-Poëzieprijs heet thans Prijs de Poëzie.

Jaarlijks worden voor deze wedstrijd zo’n 8000 gedichten ingezonden. Waarom zoveel?

Omdat de 1e prijs maar liefst € 10.000 bedraagt. Zoveel geld voor één gedicht is bijna absurd.

 

Elk jaar ben ik wel bij de laatste 1000, maar dit keer was ik met mijn gedicht ‘Na ons’ doorgedrongen tot de laatste 100. Uit deze honderd worden de winnaars gekozen. Er wordt ook een speciale bundel met deze 100 uitverkoren gedichten uitgegeven onder de titel ‘In donzen dromen’.

 

Zaterdag 20 maart a.s. was online de bekendmaking en prijsuitreiking.

Om 15.30 uur zette ik mij, toch wel zeer benieuwd, achter mijn iPad om het gebeuren mee te maken. Slecht geluid en een vlakke presentatie bedierven veel.

 

En… heel jammer, de € 10.000 ging aan mijn neus voorbij. Dat geld belandde in de portemonnee van een Vlaming, namelijk Sascha Beernaert, met het gedicht ‘Mummie’.

 

Mijn gedicht is het slotgedicht van mijn nieuwste bundel ‘Aan alles voorbij’ die, zodra het kan, wat corona betreft, deze nazomer gepresenteerd gaat worden in een feestelijk programma.


Na ons

 

In het hooggebergte bloeit de edelweiss.

Zij kreeg wimpertjes tegen uv-straling

en een warm vilten jasje voor de nacht.

 

Wij zijn niet winterhard, wij verschrompelen

als kou ons aangrijpt, ons hart traag wordt,

als de vorst optrekt in ons binnenste.

 

Wij zijn nog lang niet af, halffabricaat,

werk in uitvoering, vallen nog te snel

uiteen, dromen ons een eeuwig leven.

 

Wij zijn als tuimelkruid op aarde, na ons

de nieuwe mens die het heelal bereist,

dichterbij God en van de dood geen weet.

 

Atze van Wieren